17-04-2026

Voorschriften voor video in de Europese toegankelijkheidswet: Wat organisaties moeten weten

Videocontent wordt een belangrijke overweging wat betreft naleving voor organisaties die actief zijn in de EU. Onder de Europese toegankelijkheidswet mogen organisaties de naleving niet behandelen als slechts één ondertitelingsbestand of één toegankelijke "master"-versie.

Video's voor de consument kunnen captions, audiobeschrijving en, in sommige gevallen, gebarentaalondersteuning nodig hebben, aangepast aan elke EU-markt en taal.

Voor teams die productvideo's, e-learning, streaming content of middelen voor openbare websites beheren, bestaat de echte taak uit het in kaart brengen van wat binnen het bereik valt, het prioriteren van bestaande content en het inbouwen van toegankelijkheid in elke nieuwe lokalisatieworkflow.

In dit artikel worden de belangrijkste toegankelijkheidsvoorschriften voor video onder de toegankelijkheidswet uitgelegd, wat ze betekenen voor meertalige content en hoe organisaties praktische, schaalbare workflows kunnen plannen om aan de voorschriften te voldoen.

De korte versie

De Europese toegankelijkheidswet stelt specifieke voorschriften voor videocontent voor elke organisatie die digitale content verspreid naar consumenten in EU-lidstaten. De wet is van kracht sinds 28 juni 2025. De verplichtingen hebben betrekking op captions, audiobeschrijving en in sommige gevallen tolken in gebarentaal. Ze gelden per markt en per taal, niet voor alles in één keer. Dat is wat de meeste organisaties onderschatten als ze beginnen met het plannen van naleving.

Op welke organisaties zijn de toegankelijkheidsvoorschriften voor video van toepassing?

De wet is van toepassing op particuliere bedrijven die digitale diensten aanbieden aan consumenten in elke EU-lidstaat. Of een bedrijf onder de wet valt, wordt niet bepaald op basis van de locatie van het hoofdkantoor: een bedrijf in de VS of het VK dat Franse of Duitse consumenten online bedient, valt onder de wet.

Twee categorieën zijn vrijgesteld:

  • Micro-ondernemingen: minder dan 10 werknemers en een jaarlijkse omzet van minder dan twee miljoen euro.

  • Gearchiveerde content: voor vooraf opgenomen video die is gepubliceerd vóór 28 juni 2025 geldt voor de meeste organisaties een overgangsperiode. Deze vrijstelling geldt niet voor audiovisuele mediadiensten zoals streamingplatforms.

Specifiek voor video heeft de wet betrekking op audiovisuele mediadiensten op aanvraag, streamingplatforms, omroepen en organisaties die video distribueren als onderdeel van een digitale dienst voor consumenten. Hiertoe behoren bedrijfsvideo's op openbare websites, e-learningplatforms en content voor productdemonstraties.

Opmerking: de details van wie en wat onder de wet vallen, moeten worden bevestigd aan de hand van de omgezette wetgeving in elke betreffende lidstaat voordat er naar deze richtlijnen wordt gehandeld. 

Wat de wet voorschrijft voor video: Drie toegangsdiensten

Captions zijn een tekstversie in dezelfde taal van alle gesproken dialogen en relevante geluiden. In tegenstelling tot standaard ondertitels geven ze informatie over de spreker en geluiden in de video. Ze zijn verplicht voor alle vooraf opgenomen videocontent die onder de wet valt.

Audiobeschrijving is commentaar in de pauzes tussen de dialogen. Hiermee worden handelingen, omgevingen en tekst op het scherm beschreven voor kijkers die dit niet goed kunnen zien.

Tolken in gebarentaal is verplicht voor bepaalde categorieën content waarbij gesproken dialoog het kernelement van de dienst is. 

Waarom naleving in meerdere markten moeilijker is dan een uitrol in één land

Dit is waar de meeste nalevingsplannen tekortschieten.

De toegankelijkheidswet vereist niet één toegankelijke versie van uw content. Het vereist een toegankelijke versie voor elke markt die u bedient. Captions en audiobeschrijving moeten in de taal van elke markt worden aangeboden, niet in de taal van de oorspronkelijke productie. Voor een Frans publiek zijn Franse captions en audiobeschrijving verplicht. Alleen  Engelstalig voldoet niet aan het voorschrift voor elke andere niet-Engelstalige markt.

Dit heeft drie praktische gevolgen:

  • Gebruiken voor doven en slechthorenden verschillen per markt. Regels wat betreft timing, hoe informatie over de spreker wordt getoond en plaatsing van captions zijn niet in alle EU-lidstaten gelijk voor ondertitels voor doven en slechthorenden. Een captionbestand dat aan de Duitse normen voldoet, voldoet niet automatisch aan de Franse normen.

  • Scripts voor audiobeschrijving moeten worden geschreven en opgenomen in de doeltaal Het vertalen van een Engels script als bijzaak levert een resultaat op dat technisch niet aan de voorschriften voldoet en vaak onbruikbaar is. Timing, toon en woordgebruik moeten werken in de context van de doeltaal.

  • Bestaande bibliotheken vergroten het bereik. Voor organisaties met honderden middelen voor video verspreid over vijf EU-markten gaan de zaken die niet voldoen aan de voorschriften niet over één project. Het betreft vijf parallelle zaken, elk met hun eigen taal, normen en levertijd.

Organisaties die het naleven van de toegankelijkheidswet op meerdere markten alleen als toegankelijkheidsproject behandelen, ontdekken het ontbreken van een bepaalde taal meestal pas laat. Tegen die tijd zijn de kosten aanzienlijk hoger en is het tijdschema meer uitgelopen dan wanneer het vanaf het begin gepland was. 

Hoe u uw aanpak voor naleving structureert

1. Doe een audit per markt, niet per bedrijfsmiddel. Breng in kaart welke content onder de wet valt in elke markt die u bedient. Voor dezelfde video kunnen verschillende toegangsdiensten nodig zijn, afhankelijk van het gebied en de contentcategorie. Begin met drukbezochte, publieke bedrijfsmiddelen.

2. Scheid nieuwe productie van achterstand. Voor content die wordt gepubliceerd na 28 juni 2025, integreer captions en audiobeschrijving vóór publicatie in de productieworkflow, niet erna. Geef voor bestaande content prioriteiten aan op basis van blootstelling en risico.

3. Plan de aangeboden talen als onderdeel van de naleving, niet daarna. De vraag met betrekking tot naleving is niet alleen: "Hebben we captions?" Het is: "Hebben we captions in de taal van elke markt die we moeten bedienen en die voldoen aan de lokale normen?" Teams die de eerste vraag beantwoorden en de tweede overslaan, ontdekken meestal het gat wanneer de handhaving begint. 

Belangrijkste lessen

  • De toegankelijkheidswet is sinds 28 juni 2025 afdwingbaar in alle 27 EU-lidstaten. Er wordt actief gehandhaafd en de straffen verschillen aanzienlijk per land.

  • Drie toegangsdiensten zijn van toepassing op video: captions, audiobeschrijving en gebarentolken voor bepaalde soorten content. Elk moet voldoen aan de normen van de lokale markt.

  • Naleving is niet één te leveren dienst. Captions en audiobeschrijving moeten worden geproduceerd in de taal van elke EU-markt die u bedient. Alleen  Engelstalig voldoet niet aan het voorschrift voor een niet-Engelstalige markt.

  • Voor vooraf opgenomen content die vóór 28 juni 2025 is gepubliceerd, geldt voor de meeste organisaties een overgangsperiode. Op content die na die datum wordt geproduceerd, zijn onmiddellijk de volledige voorschriften van toepassing.

  • Naleving in meerdere markten is een probleem voor het plannen van workflow. Organisaties die de aangeboden talen vanaf het begin in hun productiepijplijn inbouwen, beheren dit tegen de laagst mogelijke kosten en risico’s. 

colorful portraits of people surrounding the Acolad logo

Wilt u het voldoen van uw video's aan de voorschriften op verschillende EU-markten in kaart brengen?

Neem contact op met onze multimedia-experts die kunnen helpen om ervoor te zorgen dat captions, audiobeschrijving en meer in overeenstemming zijn met de voorschriften van de Europese AI-wet.

Aanverwante resources